Welkom 
Zoeken 
Signalement 
Geschiedenis 
Anatomie
De Wilde Kat
Een kat in huis 
Verzorging 
Voeding 
Op Reis 
Naar de Dierenarts 
Medisch
Voortplanting 
Fokken
Een Kitten
Rassen overzicht
Adressen 
Tips 
Spreekbeurten 
Disclaimer 
CatsGroove

Voeding

Voeding-02Vreemde voorkeuren
Sommige katten vertonen rare smaakvoorkeuren. Zolang dit geen al te gekke vormen aanneemt, kunt u wel iets van uw kat tolereren. Bedenk echter dat een en ander ook kan betekenen dat uw kat acuut gebrek aan bepaalde voedingsstoffen heeft. Zo kan het eten van veel drop wijzen op een zouttekort.

Katten zijn hooggespecialiseerde eiwiteters en hun spijsverteringsstelsel is daar dan ook helemaal op gebouwd. Het darmkanaal is kort, waardoor een kat geen noodzakelijke voedingsstoffen kan halen uit aardappelen met jus. Zetmeel moet goed zijn ontsloten, wil een kat er de benodigde koolhydraten uit kunnen halen. Dat is een overblijfsel van het leven in de vrije natuur: de granen die haar wilde voorouders binnenkregen, waren al ‘voorverteerd’ in het darmstelsel van hun prooidieren.

Geef uw kat geen sterk gekruid en gezout voedsel: daarvoor zijn haar nieren te gevoelig. Die zijn nu eenmaal helemaal ingericht op de verwerking van eiwitafbraakproducten. Een kat moet dus bij voorkeur geen drop eten, en evenmin ‘wat de pot schaft’. Geef ook liever geen stukjes worst of vis, want die zijn vaak te zout, gerookt of gekruid. Wilt u uw kat een verwennen, dan zijn daar diverse lekkere en verantwoorde kattensnacks voor in de handel.

Katten vinden melk lekker, maar kunnen de lactose (melksuiker) die erin zit niet goed verteren. Daar krijgen ze vaak diarree van. Geef uw kat dus liever geen gewone melk, maar alleen speciale kattenmelk met een aangepast lactosegehalte. De meeste katten vinden zoetigheid niet lekker, tenzij het samen met vet wordt opgenomen (slagroom!). Weliswaar zijn zoete dingen en fruit op zich niet slecht voor een kat, maar u moet ze wel met mate geven, anders raakt haar spijsvertering van streek.

Samen eten
Voeding 01Heeft u twee katten die elkaar goed verdragen, dan is er in principe niets op tegen om ze uit hetzelfde bakje te laten eten. Sommige mensen die meer katten hebben, geven het voedsel zelfs zonder problemen op een grote schaal.

Soms heeft samen eten een positief effect op katten: als ze een andere kat zien eten, gaan ze zelf ook eten. Het hebben van een ‘gangmaker’ die de ander stimuleert, kan vooral prettig zijn als een kat goed moet eten omdat ze herstellende is van een ziekte. Er zijn echter ook gevallen waarin er veel te zeggen is voor een eigen bakje.

Sommige katten raken door het samen eten zo opgewonden dat ze steeds meer en steeds sneller gaan eten. Dat betekent niet alleen dat ze veel en te gehaast eten, maar ook dat er voor de andere kat te weinig overblijft. Als u uw katten aparte bakjes geeft, kunt u veel gemakkelijker nagaan wie wat en hoeveel heeft gegeten. Moet een kat op dieet, dan went ze sneller aan haar aangepaste portie als ze die in haar eigen bakje krijgt. Ook al heeft u voor elk van uw katten aparte etensbakjes, de plaats waar ze eten is net zo belangrijk. Als de bakjes te dicht bij elkaar staan, heeft dat hetzelfde effect als een bakje. Zet kat A dus in de ene hoek van de keuken en kat B in de andere. Wanneer u een blikje voer openmaakt, zullen de katten vanzelf ieder naar hun eigen hoekje lopen.

kieskauwen
Katten zijn vaak ‘moeilijke’ eters. Dat kan uiteraard een lichamelijke oorzaak hebben, zoals problemen met het gebit. Raadpleeg dus altijd uw dierenarts als u aan de conditie van uw kat twijfelt. Ook gezonde katten kunnen soms lastig zijn met eten. Ze eten weinig, erg ongeregeld, of weigeren plotseling iets dat ze daarvoor altijd met veel smaak hebben verorberd.

Dit grillige eetpatroon heeft in eerste instantie vaak met de opvoeding te maken. Katten die bijvoorbeeld in hun vroege jeugd alleen maar vis te eten kregen, hebben op latere leeftijd veel moeite met een wisselend menu. Het is de taak van degene die een nestje heeft gefokt om de kittens na het spenen gevarieerd voedsel aan te bieden.

Het is ook belangrijk om vaste tijdstippen aan te houden voor de maaltijden. Katten zijn gewoontedieren en voelen zich het prettigst als ze op vaste momenten kunnen eten, rusten, spelen en slapen. Met zo’n vaste dagindeling zult u merken dat uw kat zelf om eten komt vragen als u door omstandigheden eens iets te laat bent. Geef uw kat ongeveer een half uur de gelegenheid om het voedsel dat u hem voorzet op te eten. Haal het daarna weg. Zo zal ze op den duur leren dat ze moet eten als u haar iets geeft. Beperk extraatjes tussendoor tot een beloning tijdens training (bijvoorbeeld de krabpaal leren gebruiken, i.p.v. het bankstel). Geef voedsel niet rechtstreeks uit de koelkast of van het vuur af. Laat het eerst op kamertemperatuur komen. Te warm of te koud voedsel kan de spijsvertering van uw kat danig van streek maken.

Kant-en-klare voeding
Voeding 04Blikvoeding en andere kant-en-klare voeding is over het algemeen van uitstekende kwaliteit. Het lijkt misschien aantrekkelijki om een kat vers voedsel te geven. In de praktijk is dit echter niet eenvoudig, zeker als de voeding verantwoord (dus compleet) moet zijn. Voor leken is het erg moeilijk om precies de juiste verhouding tussen eiwitten, vetten en koolhydraten te vinden. Wat helemaal niet te bepalen is, zijn de juiste hoeveelheden vitaminen, mineralen en sporenelementen. Daarbij geldt dan ook nog dat u van een groot aantal vitaminen niet alleen te weinig kunt geven, maar ook te veel.

In beide gevallen kunnen de gevolgen voor de kat desastreus zijn. De kalkhuishouding van een carnivoor (de kat is een vleeseter) is op zich al een gecompliceerde zaak. Het fosforgehalte in de voeding moet precies in de juiste verhouding staan tot de hoeveelheid kalk (calcium). Als dat niet het geval is, wordt de gezondheid van de kat aangetast (botontkalking). U kunt dus om dit soort problemen te voorkomen het best kant-en-klare voeding van een goed merk geven. Deze producten zijn uitgebalanceerd en bevatten alles wat een kat nodig heeft.

Toevoegingen zoals vitaminepreparaten zijn overbodig, zo niet schadelijk! Het eten van vers (rauw) vlees brengt nog een ander risico mee. De kat kan besmet raken met Toxoplasma, een parasiet die ze kan overdragen op de mens. Dit kan vooral voor nog ongeboren of heel jonge kinderen ernstige gevolgen hebben. U moet vlees voor uw kat dan ook altijd eerst koken. Een andere ziekte die wordt overgebracht door het eten van rau of ongaar varkensvlees, is de ziekte van Aujeszky. Deze ziekte is niet met medicijnen te behandelen en leidt binnen enkele dagen onherroepelijk tot de dood.

Planten eten
KattengrasElke kattenbezitter komt er vroeg of laat achter dat zijn of haar kat aan tuin- of kamerplanten probeert te knabbelen. U moet dat uw kat beslist afleren, want sommige planten zijn giftig. Met een beetje geluk blijft de schade beperkt tot spijsverteringsproblemen, maar het kan ook dodelijke gevolgen hebben. U moet er dus zeker van zijn dat al uw kamerplanten absoluut ongevaarlijk zijn voor uw kat. Een kat eet niet zonder reden van een plant. In de meeste gevallen zoekt ze een stukje groenvoer om haarballen (onverteerde haren die ze door het likken van de vacht binnen heeft gekregen) uit haar maag te verwijderen. Dat doet een kat door te braken; gras of stukjes kamerplant vormen een natuurlijk braakmiddel.

Katten zijn dol op bepaalde kamerplanten. Vooral papyrus en andere sappige, grasachtige planten zijn erg in trek. Zulke planten worden door een kat als het ware ‘afgegraasd’. Dit kunt u echter voorkomen door een bakje speciaal kattengras aan te schaffen. Dat is zacht, snelgroeiend havergras dat in dierenspeciaalzaken, tuincentra of op de markt te koop is. De meeste katten vinden dit gras erg lekker en eten er regelmatig van. U zult in dat geval wel eens wat braaksel aantreffen. Het is echter belangrijk dat uw kat eventuele haarballen kwijtraakt. Kattengras is dan ook een onmisbaar onderdeel van de ‘kattenuitzet’.

Als uw kat toch van een kamerplant eet, kunt u haar dat verbieden door op strenge toon ‘Foei!’ te zeggen en haar af te leiden. Breng haar naar het bakje kattengras of doe een spelletje met haar. Helpt dat niet, dan kunt u haar ook natspuiten met een plantenspuit. Zorg er wel voor dat ze niet ziet dat de waterstraal van u afkomstig is. U moet uw kat altijd berispen op het moment dat ze zich aan de plant vergrijpt. Achteraf straffen is zinloos, want dat begrijpt een dier niet. Zie het knopje ‘Giftige planten’ voor een overzicht van schadelijke planten voor uw kat.