Welkom 
Zoeken 
Signalement 
Geschiedenis 
Anatomie
De Wilde Kat
Een kat in huis 
Verzorging 
Voeding 
Op Reis 
Naar de Dierenarts 
Medisch
Voortplanting 
Fokken
  Beperking
  De Dekking
  De Dracht
  De Bevalling
  De Kittens
Een Kitten
Rassen overzicht
Adressen 
Tips 
Spreekbeurten 
Disclaimer 
CatsGroove

De Ouderdieren
Wanneer u heeft gekozen voor een nestje, hoopt u natuurlijk op gezonde kittens. Daar kunt u al in een vroeg stadium het nodige toe bijdragen door de ouderdieren zorgvuldig uit te zoeken.

ConditieSiamees met kittens
De ouderdieren moeten in optimale lichamelijke conditie zijn en vrij van vlooien. Ze mogen niet te dik zijn, maar te mager is ook niet goed. Wees alert op eventuele erfe­lijke afwijkingen. Het verdient aan­beveling van tevoren informatie in te winnen over broers, zusters, ouders en eventuele nakomelingen van de ouderdieren. Binnen de ras­verenigingen zijn voor dit doel speciale fokadviescommissies aanwezig. Bij oudere katten is het normaal dat de nestgrootte kleiner wordt. Wanneer dit verschijnsel zich al bij jonge dieren voordoet, kan het gaan om een erfelijke kwestie. Wilt u elk risico uitsluiten, dan kunt u deze dieren beter niet voor de fok gebruiken. Gebruik geen ouderdie­ren met lichamelijke gebreken zoals slikproblemen, hart- en oogaandoeningen, ernstige huidproblemen en afwijkingen aan het bewegings­apparaat. Een bloedtest voor de aanwezigheid van enkele gevaar­lijke virusziekten (leukemie en kattenaids) kan zinvol zijn. Voor raskatten is een dergelijke test bij sommige verenigingen zelfs ver­plicht.

Erfelijke aandoeningen 
Er zijn meer dan 50 erfelijke aan­doeningen bij de kat bekend. Enkele voorbeelden van regelmatig optredende aandoeningen bij de kat waarbij erfelijkheid een rol kan spe­len, worden hierna kort besproken. Onder erfelijke gebreken vallen niet alleen lichamelijke problemen, maar ook gedragsafwijkingen zoals agressiviteit. Een populaire kater of poes waarmee erg veel wordt gefokt, kan drager zijn van een onzichtbare erfelijke afwijking. Een voorbeeld hiervan is de hierna beschreven aandoening amyloidose. Een afwijking kan lange tijd 'slui­meren' en pas op oudere leeftijd worden ontdekt of zelfs pas na een paar generaties aan het licht komen. Op dat moment lopen er echter al veel nakomelingen rond die ook drager zullen zijn van deze afwij­king of er zelf al aan lijden.
Omdat het uiterlijk van katten in het verleden veel belangrijker werd geacht dan hun gezondheid of gedrag, kampen tegenwoordig diverse rassen met diverse afwijkin­gen. Kies bij voorkeur geen ouder­dieren die last hebben van gezond­heidsproblemen omdat er in hun bloedlijnen intensief op schoon­heidsidealen is gefokt.
Met de oprichting van de Stichting Overleg Platform (OP) van de Nederlandse Cat Fancy, waar nage­noeg de meeste kattenverenigingen bij zijn aangesloten, is binnen de raskattenwereld een gedegen fokbe­leid ingezet waarmee het optreden van erfelijke aandoeningen bestre­den wordt. Om de dieren die drager zijn van een erfelijke aandoening uit te kunnen sluiten van de fokkerij, maar ook om juist de gezonde die­ren te kunnen inzetten, is een nauw­keurige registratie van de gezond­heids- en afstammingsgegevens van katten absoluut noodzakelijk. Dit laatste gebeurt in de vorm van een stamboom. Registratie van dieren vindt ook steeds vaker plaats door
middel van het aanbrengen van een elektronische chip onder de huid.

Patella luxatie 
Deze aandoening wordt ook wel 'losse knieschijf' genoemd. Een een- of tweezijdig aanwezige patella luxatie is meestal een erfelijke afwijking. Dat wil zeggen dat de nakomelingen van ouderdieren met (aanleg voor) patella luxatie een grotere kans hebben om het ook te krijgen. Het probleem wordt vaker gezien bij de Abessijn, Devon- en Cornisch rex en de Perzische kat. Het kan vaak al op relatiefjonge leeftijd problemen geven, die zich uiten in moeizaam opstaan en lopen doordat de knieschijf gemakkelijk losschiet. Katten kunnen getest wor­den op het al dan niet voorkomen van deze aandoening.

Aangeboren doofheid 
Deze gehoorstoornis is gekoppeld aan de witte vachtkleur en komt met name voor bij witte katten met blauwe ogen. Niet elke witte kat is echter doof, sommige zijn slechts doof aan een oor. Het is raadzaam om niet met (deels) dove dieren te fokken. Bovendien vormen ze bui­tenshuis een groot risico, vooral in het verkeer. Doofheid verstoort de sociale vorming van het dier.
De meeste witte raskatten moeten verplicht een gehoortest ondergaan voordat er met hen gefokt mag worden.

Overmatige angst of agressie 
Wanneer een van deze gedragsaf­wijkingen aanwezig is bij een kat die verder een normale jeugd heeft doorgemaakt en dus goed is gesoci­aliseerd, speelt erfelijke aanleg hoogstwaarschijnlijk een rol. In dat geval kan beter niet met het dier gefokt worden.

Amyloidose 
Bij deze aandoening worden in het hele lichaam, maar vooral in de nier (Abessijn) of de lever (Siamees), niet-afbreekbare eiwitten afgezet als gevolg van een afwijkende eiwit­stofwisseling. Deze eiwitten zullen de normale lichaamsfuncties op den duur ernstig gaan verstoren. Amyloidose wordt als een erfelijke ziekte beschouwd. De verschijnse­len bestaan uit vermageren, dorre vacht, sloomheid, uitdroging en veel urineren. De nieren kunnen door de dierenarts als klein en knobbelig worden gevoeld. Omdat meestal pas op oudere leeftijd verschijnselen gaan optreden (kan variëren tussen de 4 maanden en 6 jaar) is bestrij­ding van de ziekte door het uitslui­ten van de fokkerij van lijders van de ziekte zeer moeilijk. Tevens wordt daarbij het risico gelopen dat de erfelijke basis van een populatie te klein gaat worden. Er wordt momenteel gewerkt aan het ontwik­kelen van een betrouwbare test om dragerdieren op te sporen.

Polycysteuze nefropathie (PCN) 
Polycysteuze nefIopathie ofwel Polycystic Kidney Disease (PKD) is
een erfelijke nieraandoening die
met name bij de Perzische kat voor­komt. Bij PCN vormen zich in de nier een groot aantal vochtblaasjes in de afvoerende urinewegen die op latere leeftijd uiteindelijk leiden tot nierbeschadiging en nierfalen. De cysten kunnen al vanaf een leeftijd van 36 weken worden onderzocht met behulp van echografisch onder­zoek, maar het klinisch ziektebeeld bestaande uit chronisch nierfalen treedt pas vele jaren later op. Soms is slechts een van de nieren sterk veranderd en functioneert de andere nier nog lange tijd in voldoende mate. De dierenarts kan bij het lichamelijk onderzoek onregelmati­ge (bobbelige) en vergrote nieren voelen. Bij fokdieren is het noodza­kelijk beide potentiële ouders te laten testen op de afwezigheid van cysten. Er wordt momenteel gewerkt aan de ontwikkeling van een DNA-test waarmee dragers al vanaf de geboorte betrouwbaar kun­nen worden aangetoond.

Cornea sequester
Dit zijn glimmende, zwartbruine plekjes die gevormd worden op het hoornvlies van het oog. De aandoe­ning wordt gezien bij de Siamees, colorpoint korthaar, Perzische kat en korthaar rassen en wordt recessief vererfd. De dieren kunnen hierdoor slechter zien en kunnen pijn vertonen.

Progressieve Retina Atrofie 
Deze aandoening wordt gekenmerkt door een voortschrijdende (progres­sieve), onomkeerbare afwijkingen van het netvlies. Het wordt vaker gezien bij de Abessijn en de Siamees en het gevolg is dat het dier geleidelijk aan blind wordt. Dit begint al op jonge leeftijd (vanaf 12 weken).

Epilepsie en cardiomyopathie 
Epilepsie (vallende ziekte) en cardi­omyopathie (een hartaandoening) komen bij de kat gelukkig niet zo vaak voor. Het is nog altijd ondui­delijk in hoeverre erfelijkheid bij deze aandoeningen een rol speelt, behalve bij de Maine Coon waar de cardiomyopathie op erfelijke basis optreedt. Veel kittens worden bij dragers van deze aandoening al doodgeboren, terwijl de dragers zelf op oudere leeftijd plotseling kunnen overlijden. Voor de zekerheid kan men beter niet fokken met dieren die aan deze aandoeningen lijden.

 Is iedere aangeboren afwijking een erfelijke aandoening? 
Een erfelijke afwijking kan aange­boren zijn (bijvoorbeeld doofheid), maar dat hoeft niet. Zo zijn patella luxatie en PCN wel voor een deel erfelijk bepaald, maar geven ze bij de geboorte nog geen afwijkingen te zien. Hiertegenover staat dat niet elke aangeboren afwijking erfelijk hoeft te zijn. Wanneer de moederpoes tij­dens de dracht een infectie (met hoge koorts) heeft gehad of behan­deld is met bepaalde medicijnen, kunnen de vruchten in de baarmoe­der afwijkingen hebben opgelopen. Deze afwijken zijn een gevolg van invloeden van buitenaf. Ze heb­ben dus niets te maken met erfelijke factoren.

Inteelt
De kans op erfelijke afwijkingen of aandoeningen bij kittens wordt gro­ter naarmate er meer verwantschap bestaat tussen de ouderdieren. In geval van verwantschap tussen de ouders is er sprake van inteelt.
Inteelt heeft een negatieve klank, maar hoeft niet altijd slecht te zijn. Inteelt kan namelijk ook voor 'ver­beteringen' in een ras zorgen. Dit wel onder de voorwaarde dat de familieverbanden (en veel familiele­den) van de ouderdieren bekend zijn. Dan is het mogelijk om door een matige vorm van inteelt de betere eigenschappen van een ras te benadrukken. Het negatieve aspect van inteelt heeft vooral te maken met 'massaproductie'. Soms wordt een bepaald ras plotseling erg popu­lair. Dit kan tot gevolg hebben dat er met slechts enkele ouderdieren grote hoeveelheden kittens worden gefokt. Wanneer die op hun beurt ook weer onderling worden gekruist wordt de onderlinge verwantschap te groot. Dit tekort aan 'vers bloed' brengt eventueel aanwezige verbor­gen (erfelijke) aandoeningen in ver­sterkte mate naar voren.

De Dekking
Kater dekt poesWanneer u er zeker van bent dat beide ouderdieren in goede conditie zijn, is het moment van de dekking aangebroken. Ook nu kunt u bijdragen aan een gezond nest, door het tijdstip van bevruchting met zorg vast te stellen.

Fokrijp
Een poes kan in principe voor de eerste keer gedekt worden wan­neer ze duidelijk krols is. Op dat moment is de poes fysiologisch volwassen. De leeftijd waarop dit gebeurt, kan varieren van 4 tot 18 maanden (gemiddeld 9 maanden). Een en ander is afhankelijk van het lichaamsgewicht en het jaarge­tijde (eerder bij toenemende dag­lengte). De meeste poezen zijn echter nog onvoldoende uitge­groeid tijdens de eerste krolsheid. Het kan zinvol zijn de poes dan nog enkele maanden niet te laten dekken. De poezenpil kan eventu­eel worden gegeven aan volwassen poezen (ouder dan een jaar) die al krols zijn geweest en waarmee, om welke reden dan ook, op dat moment niet gefokt wordt. Frequent optredende krolsheid kan bij een poes sterke vermagering of onzindelijkheid maar ook baar­moederontsteking veroorzaken.

Krolsheid
Poezen kunnen alleen gedekt wor­den als ze krols zijn. De krolsheid is van nature seizoengebonden. Dat wil zeggen dat ze vaker en duide­lijker krols zijn in het voorjaar en in de zomer. Bij de meeste huiskat­ten treedt weliswaar het hele jaar door krolsheid op, maar over het algemeen toch minder vaak in de herfst en de winter. Krolsheid dient zich aan met tussenpozen van zo'n twee a drie tot wel zes weken.
De lengte van deze tussenpozen hangt af van het seizoen, het ras en het individuele dier.
Een poes is gemiddeld acht dagen krols en dat gaat beslist niet ongemerkt aan de eigenaar voorbij!
Ze wordt ineens erg aanhankelijk, valt bij het minste of geringste languit op de grond, is rusteloos, heeft minder eetlust, wil steeds naar buiten en miauwt veelvuldig, wat bovendien gepaard kan gaan met een hees, 'kroelend' geluid. Wanneer de poes op haar achter­hand boven de staart wordt aange­raakt, steekt ze haar achterste omhoog, terwijl de rest van haar lijf plat op de grand blijft liggen. Ze houdt daarbij haar staart een beetje opzij en maakt trappelende bewegingen met haar achterpoot­jes. Sommige poezen vertonen tij­dens de krolsheid wat sproei­gedrag. Aan de deur en in de tuin verschijnen plotseling opvallend veel katers die enthousiast hun geurvlaggen uitzetten, bij voor­keur op deuren en ramen.
Een poes is niet altijd monogaam: ze laat zich soms door meerdere katers dekken. Gewoonlijk vindt bij poezen de eisprong pas plaats na een dekking. Meerdere dekkin­gen beïnvloeden de eisprong (ovu­latie) positief. Een dekking, respec­tievelijk zeven dekkingen resulte­ren niet in een aantal van zeven kittens. Ongeacht het aantal dekkingen is een gemiddelde nest­grootte van circa vier kittens gebruikelijk.
Wanneer een poes eenmaal kittens heeft en melk produceert, wordt de krolsheid meestal onderdrukt tot enkele weken na het spenen (afwennen van de moedermelk).
Er zijn echter uitzonderingen op deze regel: sommige poezen wor­den een week na het werpen alweer krols. Hoewel de kans op een bevruchting dan wel minder groot is, moet u hier altijd op bedacht zijn als uw pas bevallen poes de kans heeft om met een niet-gecastreerde kater in contact te komen!

Dekking
Bij de dekking van een 'huis-tuin­en-keukenpoes' heeft de eigenaar vaak weinig in de melk te brokke­len: de poes gaat op sjouw en komt ergens een leuke kater tegen. Bij raskatten wordt de dekking van tevoren gepland. Er moet immers een afspraak worden gemaakt met de eigenaar van een geschikte dek­kater. In deze gevallen is het gebruikelijk dat de poes de kater bezoekt. Ze is daar gemiddeld enkele dagen tot een week te gast. Het verblijf moet echter ook weer niet te lang duren, omdat dan het verschil tussen de eerste en de laatste dekking te groot kan wor­den. Het is aan te raden vooraf de nagels van poes en kater te knip­pen, om verwondingen tijdens de dekking te voorkomen. De kater bijt de poes namelijk in haar nek­vel en 'klimt' dan over haar heen om haar te kunnen dekken. Op een gegeven moment begint de poes te schreeuwen en de kater te brom­men, wat beschouwd kan worden als het einde van het paringsritu­eel. Door de dekking wordt de eisprong opgewekt.