Welkom 
Zoeken 
Signalement 
Geschiedenis 
Anatomie
De Wilde Kat
  Katachtigen
  Tijgers
Een kat in huis 
Verzorging 
Voeding 
Op Reis 
Naar de Dierenarts 
Medisch
Voortplanting 
Fokken
Een Kitten
Rassen overzicht
Adressen 
Tips 
Spreekbeurten 
Disclaimer 
CatsGroove

Luipaard
Luipaard
© Wereld Natuur Fonds

Andere namen
Panter
Wetenschappelijk
Panthera Pardus
Engels
Leopard; Panther
Verspreiding
Afrika en zuidelijk Azië
Voedsel
Antilopen, herten, hagedissen, vogels, apen en andere dieren
Leeftijd
10 - 20 jaar
Lengte
1 - 1,9 m, staart 60 110 cm
Gewicht
45 - 85 kg (Mannetje, 35 - 50 kg (Vrouwtje)
Status
Thans niet bedreigd

De luipaard of panter (Panthera pardus) is een grote carnivoor uit de familie der katachtigen (Felidae), die veel voorkomt in een groot deel van Afrika en Azië. Het is de meest algemene grote katachtige. De twee namen zijn voornamelijk geografisch gebonden: "luipaard" wordt in de regel gebruikt voor dieren uit Afrika, "panter" voor Aziatische dieren. Dit is echter geen strikte regel en regelmatig worden de namen door elkaar gebruikt.

Uiterlijk
Luipaard / Panther De luipaard is een grote, gespierde katachtige met korte, krachtige poten en een lange staart. De kop is breed en een beetje rond van vorm met kleine, ronde oren. De snuit is middelgroot, met krachtige kaken en lange snorharen.

De vacht van een luipaard is bedekt met veel zwarte vlekken. Op het lichaam en het bovenbeen zijn deze vaak gegroepeerd met bruine vlekken in rozetten. Ook zijn er geheel zwarte, nietgegroepeerde vlekken, voornamelijk op de buik, kop en de onderpoten, maar ook op het lichaam. Ook de staart is gevlekt, van het begin tot het midden, maar aan het einde meer geringd. De meeste dieren zijn zandgeel of lichtbruin van kleur, maar de kleur kan zeer variëren, van bijna wit tot geheel zwart (de bekende zwarte panters). Veel zwarte dieren leven in Indonesië en in Afrikaanse hooglanden. De buik, keel en kin zijn wittig. De kleur en vachtlengte hangen af van de plaats waar ze leven, maar toch kunnen zwarte en gele luipaardjongen van dezelfde moeder zijn, want de kleur is niet erfelijk bepaald. De vachttekening biedt het dier camouflage, zodat hij gemakkelijk onopgemerkt kan blijven. De oren zijn zwart aan de achterzijde met een opvallende witte tekening in het midden.

Luipaarden kunnen een kop-romplengte van 1 tot 1,90 meter lang bereiken. De staart is nog zestig tot 110 centimeter lang. Luipaarden worden 65 kilo tot 80 kilogram zwaar. De schouderhoogte van een luipaard is ongeveer 50 cm tot 60 cm. Vrouwtjes zijn kleiner dan mannetjes. Vrouwtjes hebben een kop-romplengte van 104 tot 140 centimeter en een lichaamsgewicht van 28 tot 60 kilogram (gemiddeld 50 kilogram), mannetjes een kop-romplengte van 130 tot 190 centimeter en een gewicht van 35 tot 90 kilogram (gemiddeld 60 kilogram).

De ogen van mensen werken het beste in het daglicht, maar de ogen van katachtigen werken goed bij extreem weinig licht. Hierdoor kunnen ze ook goed 's nachts jagen. De ogen zijn ellipsvormig.

Het reukvermogen van een luipaard is heel goed, zelfs beter dan bij de tijger.

Het gehoor is heel sterk: een luipaard kan hele hoge frequenties horen tot 100 kHz, ook als ze heel zacht zijn. De snorharen van een luipaard spelen ook een belangrijke rol. Ze veranderen van stand, afhankelijk van dingen die hij doet. Als de panter loopt staan ze zijdelings uitgespreid, bij het snuffelen staan ze langs de kop naar achteren en bij het aanvallen van een prooi staan ze naar voren gericht, waardoor hij op de goede plek kan toebijten.

Voedsel en gedrag
De luipaard is 's nachts of in de schemering actief. Hij jaagt meestal 's avonds of 's nachts. Luipaarden jagen zelden overdag, omdat ze dan teveel zouden opvallen. Overdag rust het dier meestal tussen struikgewas of in een boom.

Het luipaard jaagt voornamelijk op middelgrote zoogdieren als antilopen, herten, knobbelzwijnen en andere varkens, geiten en bavianen, en op kleinere dieren zoals hazen, apen, klipdassen, knaagdieren (waaronder stekelvarkens), vogels, slangen, vissen en insecten, evenals struisvogels, jakhalzen en honden. Sommige luipaarden specialiseren zich in een bepaalde diersoort.

Als de luipaard een prooi denkt te hebben gevonden, bespringt de panter de prooi als het op zijn schuilplaats zit. Hij besluipt behendig en rustig de prooi; soms ligt het dier doodstil in een hinderlaag klaar om te springen, bijvoorbeeld in een boom. Afrikaanse luipaarden nemen hun prooi mee een boom in, waar ze het opeten. In een boom zijn ze meestal veilig voor andere roofdieren, als leeuwen en gevlekte hyena's, die zijn prooi kunnen stelen.

Luipaard / panther De luipaard is geen groepsdier, maar leeft solitair. Er zou te weinig voedsel zijn als luipaarden het zouden moeten delen. Ze zoeken elkaar enkel op in de paartijd. De panter heeft een vast territorium, die hij verdedigt tegen andere panters. Dit wordt gemarkeerd met urine of uitwerpselen, net als bij veel andere diersoorten. Ook worden krabsporen achtergelaten op bomen. Mannetjes hebben vaak grotere territoria dan vrouwtjes. Territoria overlappen regelmatig met de territoria van dieren van een ander geslacht, dieren van hetzelfde geslacht mijden elkaar. Als er plaatsen zijn waar veel prooien zijn, zijn de territoria kleiner; de territoria zijn groter met minder wild. Het luipaard verlaat zijn territorium regelmatig om te jagen.

Als het vrouwtje paringsbereid is, heeft haar urine een speciale geur dat mannetjesluipaarden aantrekkelijk vinden. Na de paring bemoeien de mannetjes zich verder niet met het vrouwtje of de jongen. De draagtijd van de panter is 90 tot 112 dagen. De jongen komen ter wereld op een goed verborgen schuilplaats, zoals een grot, dicht struikgewas of een ondergronds hol, waar ze de eerste zes weken verborgen blijven. De jongen wegen dan maar 430 gram tot 530 gram en zijn dan nog hulpeloos en klein. De ogen gaan na een week open. Het nest kan uit maximaal zes jongen bestaan, maar meestal overleven er maar twee. De jongen worden drie maanden lang gezoogd en blijven ongeveer anderhalf tot twee jaar bij hun moeder. Daarna zijn ze geslachtsrijp en zelfstandig. Pas na drie of vier jaar zijn ze helemaal volgroeid. De luipaard kan tot twintig jaar oud worden.

Verspreiding en leefgebied
Luipaard / panther De leefplaatsen van luipaarden verschillen heel erg. Van droge woestijnen tot dichte regenwouden en van koude naaldbossen tot tropische savannes. Er is zelfs een dood luipaard gevonden op de berg Kilimanjaro, op 5638 meter hoogte, het beest was ingevroren. Het belangrijkste criterium voor een goede leefomgeving is de hoeveelheid voedsel. Ook voldoende schuilplaatsen, in de vorm van hoge begroeiing, bomen of rotsen, zijn belangrijk.

Ze leven in Afrika (met uitzondering van de Sahara) en het zuiden en oosten van Azië, zoals Arabië, Turkije, Iran, de voormalige Sovjet-Unie, Korea, China (o.a. Mantsjoerije), India, Sri Lanka, Maleisië, Java en Bali.

Relatie met de mens
De luipaard is de meest algemene en wijdverbreide grote katachtige, die zich makkelijk aanpast en kan overleven in de nabijheid van de mens. Toch is hij op enkele plaatsen grotendeels verdwenen en veel ondersoorten worden ernstig bedreigd, waaronder de berberluipaard uit Noord-Afrika (begin jaren negentig voor het laatst waargenomen in Marokko), de Amoerpanter (waarschijnlijk niet meer dan vijftig volwassen exemplaren in Oost-Rusland, Noord-China en Noord-Korea) en de Anatolische panter (minder dan 250 volwassen dieren in Zuidwest-Turkije). Vooral de jacht op het dier voor zijn pels en de jacht en vergiftiging van de luipaard en andere roofdieren door veeboeren hebben de totale populatie doen dalen.


wnf-Banner