Welkom 
Zoeken 
Signalement 
Geschiedenis 
Anatomie
De Wilde Kat
Een kat in huis 
Verzorging 
Voeding 
Op Reis 
Naar de Dierenarts 
Medisch
  Inleiding
  Medisch ABC
  Vaccinatie
  Technieken
  Parasieten
  Gedrags-
   Problemen
  Het overlijden
   van je kat
  Giftige Planten
Voortplanting 
Fokken
Een Kitten
Rassen overzicht
Adressen 
Tips 
Spreekbeurten 
Disclaimer 
CatsGroove

Medisch ABC
Medisch abc 01
Medisch abc 02
Medisch abc 03
Medisch abc 04
Medisch abc 05
Medisch abc 06
Medisch 07
Medisch abc 08
Medisch 09
Medisch abc 10
Medisch abc 11
Medisch abc 12
Medisch abc 13
Medisch abc 14
Medisch abc 15
Medisch abc 16
Medisch abc 17
Medisch abc 18
Medisch abc 19
Medisch abc 20
Medisch abc 21
Wanneer uw kat gewond raakt of ziek wordt, kan de tijd die verstrijkt voordat (professionele) medische hulp beschikbaar is van cruciaal belang zijn. Wat u in die tijd doet of nalaat kan het leven van uw huisdier redden. In onderstaande lijst vindt u op een gemakkelijke, direct toegankelijke manier informatie over (acute) medische problemen.
U zoekt het symptoom of probleem op in de alfabetische lijst en treft daarbij de (be-)handelwijze aan.

Houd er echter wel rekening mee dat de eerste hulp die u verleent alleen bedoeld is om een acute noodsituatie onder voorlopige controle te krijgen. Uw kat kan inwendig letsel hebben opgelopen dat u niet kunt zien. Daarom moet er altijd een onderzoek door de dierenarts volgen! Het is in elk geval verstandig bij twijfel direct een dierenarts te raadplegen. Die zal het u zeker niet kwalijk nemen dat u het zelfvertrouwen mist om een bepaalde handeling te verrichten.

Medische hulp verlenen aan een dier brengt altijd een probleem met zich mee: communicatie met het slachtoffer. We kunnen de kat niet uitleggen dat het de bedoeling is hem te helpen en zijn pijn te verlichten. Een gewond dier is angstig en lijdt (veel) pijn.
Vaak zal het dan ook proberen te ontsnappen of zijn helper(s) aan te vallen. U moet de kat dus in bedwang zien te houden, zodat u zelf niet gewond raakt. Tegelijkertijd moet u het slachtoffer door een ferme, maar vriendelijke aanpak duidelijk maken dat u de situatie meester bent, maar toch ook met het dier meevoelt. Blijf rustig praten en noem het dier vaak bij zijn naam. De toon van uw stem en het horen van zijn naam heeft een kalmerende, geruststellende werking. Leg of zet de kat zo mogelijk op een tafel. Dit maakt het voor hem moeilijker om te ontsnappen. Voor u is het zo gemakkelijker hem te behandelen.

Niet alle gevallen waarin medische hulp noodzakelijk is, zijn gelijk. De ene situatie is ernstiger dan de andere en vereist sneller ingrijpen. Er bestaat een vaste volgorde van behandelingen, verlopend van zeer spoedeisend tot minder dringend. Het is dan ook uiterst belangrijk deze volgorde aan te houden bij het behandelen van verwondingen en aandoeningen: een prachtig steunverband aanleggen terwijl het slachtoffer ondertussen overlijdt omdat het geen adem meer kan halen, is natuurlijk een zinloze bezigheid. In onderstaand overzicht ziet u welke levensfunctie eerst hersteld moet zijn voordat u met het herstel van de volgende kunt beginnen.

Volgorde van behandelen
  1. Ademhaling
  2. Hartfunctie
  3. Bloedvatenstelsel
    a. Slagaderlijke bloedingen
    b. Aderlijke bloedingen
  4. Shock
  5. Vergiftiging
  6. Breuken
    a. Open breuken
    b. Gesloten breuken
  7. Hersentrauma
  8. Spijsvertering
  9. Overige aandoeningen
abces
Wanneer de huid van een kat beschadigd is, bijvoorbeeld door een splinter of een snijwondje, kan dit gaan ontsteken. Wanneer zo’n ontsteking onder de huid zit terwijl de opperhuid wel is geheeld, vormt zich een onderhuids bultje dat steeds groter kan worden. Dit noemt men een abces. Zo’n bacteriële ontsteking moet beslist worden behandeld door de dierenarts. Hij zal het abces opensnijden en schoonspoelen. De infectie zelf moet worden bestreden met antibiotica.

Ademnood

De ademhaling is, met het hart, de belangrijkste levensfunctie van een dier. Door te ademen krijgt het zuurstof binnen die nodig is om organen en weefsels te laten functioneren. Bij zuurstoftekort dat enige tijd aanhoudt, zullen organen en weefsel vrij snel beschadigen en uiteindelijk afsterven. Wanneer de ademhaling stopt, is het dier in acuut levensgevaar.

Mogelijke oorzaken van ademnood:
  • Te weinig zuurstof in de omgeving (doos, onvoldoende ventilatie, plastic zak).
  • Water, gas of rook in de longen (verdrinking, koolmonoxide, brand).
  • Ingeslikt voorwerp, verdikking van het slijmvlies in de luchtwegen (astmatische aanval, ontsteking), verdikking van de tong (wespensteek).
  • Dichtgesnoerde keel (halsband, vlooienband).
  • Letsel aan middenrif, gebroken ribben.
  • Beschadigde longen.
  • Stikken in voedsel (schrokken) of braaksel.
Een kat die ademnood heeft, maakt vaak een lange hals en probeert uit alle macht lucht binnen te krijgen. De slijmvliezen van de tong en de ogen worden blauw; het dier raakt na enige tijd bewusteloos. Wanneer de kat doodstil ligt en er op het oog niets te zien is, kunt u met de hand of een paar vingers op de borstkas controleren of hij nog wel ademt: de borstkas gaat dan op en neer.

Breng het dier allereerst in de frisse lucht. Probeer zo snel mogelijk de oorzaak van de ademnood te achterhalen en op te heffen. Verwijder eventueel aanwezige knellende voorwerpen van de hals (halsband, vlooienband.) Controleer of er geen voorwerp in de keel of de luchtpijp zit. Wees hierbij niet terughoudend, want elke seconde telt! In sommige gevallen kunt u met een fikse duw op de borstkas het voorwerp tegelijk met de lucht uit de longen naar buiten persen. Ook het uitoefenen van druk op de binnenkant van de keel wil wel eens helpen. Wanneer er sprake is van verdrinking, moet u de kat aan de achterpoten omhoog houden met de kop omlaag. Zo kan het vocht uit de longen lopen. Druk daarna nog een paar keer op de borstkas om het laatste vocht uit de longen te persen.

Als de ademhaling dan nog niet op gang komt, zult u de kat kunstmatig moeten beademen. Probeer het slachtoffer zo snel mogelijk naar de dierenarts te vervoeren. Blijf tijdens het transport kunstmatig beademen.

Aujeszky, ziekte van
De ziekte van Aujeszky is eigenlijk een ziekte van varkens. Het virus wordt overgebracht op andere dieren door het eten van rauw varkensvlees dat ermee besmet is. De aandoening tast het centrale zenuwstelsel aan. Een kat die met het virus besmet is, wordt onrustig, lusteloos, angstig en verliest zijn eetlust. Ten slotte raakt het dier verlamd en sterft binnen enkele dagen. De ziekte van Aujeszky verloopt razendsnel: binnen een week is het dier dood. Er bestaat geen geneesmiddel tegen. Geef katten (of andere huisdieren) daarom NOOIT rauw varkensvlees.

beviezing
Huid die langdurig wordt blootgesteld aan hevige kou zal bevriezen. Er kan dan geen bloed meer in de opperhuid komen waardoor de huidcellen afsterven. Plaatsen waar weinig haar zit (oorpunten, tenen en staartpunt) bevriezen het eerst. Bevroren huiddelen zien er wit en bloedloos uit. Wanneer ze verwarmd worden, krijgen ze een dieprode kleur, zwellen op en voelen warm aan. Ze zijn dan meestal ook erg pijnlijk.
In geval van bevriezing moet u het bevroren huidgedeelte snel in warm water (maximaal 42 graden Celcius) dompelen, of er een warme doek omheen slaan. Houd het verwarmen minstens vijftien tot twintig minuten vol. Bij een oppervlakkige bevriezing kunt u desinfecterende zalf of slaolie op de huid smeren. Masseer de bevroren plek(ken) regelmatig om de doorbloeding te stimuleren en de pijn te verzachten. Wikkel in geval van ernstige bevriezing een droge doek om de huid en ga zo snel mogelijk naar de dierenarts. Laat de kat drinken als hij suf is, maar controleer eerst wel of hij kan slikken.

Bewusteloosheid
Een kat kan door diverse oorzaken het bewustzijn verliezen. Epilepsie, een zware klap, een hersenbloeding en vergiftiging zijn daar voorbeelden van. Bewusteloosheid is zonder meer een spoedgeval, waarbij u als volgt moet handelen:
  • Laat direct iemand een dierenarts waarschuwen.
  • Leg de kat op een zij (mits daar geen wond zit), met de poten recht van het lichaam af. De kop moet iets lager liggen dan de rest van het lichaam.
  • Controleer de hartslag. Pas zo nodig hartmassage toe.
  • Controleer de ademhaling. Pas zo nodig beademing toe.
  • Leg, wanneer de kat (weer) goed ademhaalt, de tong uit de bek en verwijder eventuele voedselresten.
  • Geef het slachtoffer geen voedsel of water.
  • Houd het dier warm met een deken.
blaasgruis
Een regelmatig voorkomend probleem waar vooral volwassen katers last van hebben is blaasgruis. Blaasgruis bestaat uit kleine kristalletjes die in de blaas en de urinewegen ontstekingen kunnen veroorzaken. Hierdoor krijgt de kat moeite met plassen. De urine komt met kleine beetjes tegelijk, soms met bloed vermengd. Het plassen doet de kat duidelijk pijn. Een kat die er last van heeft, gaat heel vaak naar de bak.
In ernstige gevallen kan blaasgruis leiden tot verstopping van de urinewegen. Dit komt het meest voor bij katers omdat zij een lange en nauwe urinebuis hebben. In geval van verstopping kan de kat helemaal niet meer plassen: een bezoek aan de dierenarts is dan geboden. De behandeling bestaat uit het opheffen van de verstopping, een antibioticakuur en een speciaal dieet. De kat zal dit dieet meestal de rest van zijn leven moeten volgen om herhaling van de klachten te voorkomen. Tegen blaasgruis zijn speciale dieetvoedingen verkrijgbaar. Het is nog niet precies bekend waardoor blaasgruis ontstaat. Uitonderzoek is wel gebleken dat een aantal factoren blaasgruis in de hand lijkt te werken, zoals overgewicht, te weinig beweging, weinig naar de bak gaan en weinig drinken. Om de kans op het ontstaan van blaasgruis zo klein mogelijk te houden, is het van belang dat de kat actief blijft, niet te dik wordt en voldoende drinkt. Zo worden de blaas en de urinewegen goed doorgespoeld.

Bloedingen
Een kat kan gewond raken en bloed verliezen. Bij ernstig bloedverlies kan het dier sterven. Hoeveel bloed er in korte tijd verloren gaat, hangt af van de grootte van het gat in het bloedvat, maar ook van het soort bloedvat. Op basis van het type bloedvat onderscheiden we drie soorten bloedingen:

Haarvatbloeding
Dit is een vrij ongevaarlijke bloeding, die echter wel verzorgd moet worden. De wond is niet diep (vaak alleen een schaafwond) en er is weinig bloedverlies. Desinfecteer de wond goed. Verbinden is vaak niet eens nodig.

Aderlijke Bloeding
Bij deze bloeding stroomt het bloed gelijkmatig uit de wond en is het donkerrood van kleur. Dit komt omdat het bloed in de aders naar het hart toe stroomt en arm aan zuurstof is. Maak de wond goed schoon met ontsmettingsdoekjes of in gekookt water gedrenkte, steriele gaasjes en verbind hem. Ga wel met de kat naar de dierenarts. Die zal de wond nogmaals desinfecteren en zo nodig hechten.

Slagadelijke Bloeding
Dit is een zeer ernstige bloeding die de kat fataal kan worden. Het bloed gutst schoksgewijs uit de wond en is helderrood van kleur. Dit komt omdat het rechtstreeks afkomstig is van het hart en veel zuurstof bevat. Het slachtoffer verliest in korte tijd zeer veel bloed. Snel handelen is dan ook geboden.
  • Neem de kat in een dwanggreep en kalmeer hem. Probeer met uw stem te voorkomen dat hij bewusteloos raakt.
  • Controleer eerst de ademhaling en het hart, en probeer vervolgens het bloeden te stelpen.
  • Leg het bloedende lichaamsdeel hoger dan de rest van het lichaam.
  • Leg enkele steriele gaasjes of een schone doek op de wond en oefen met de onderkant van de hand druk uit zodat het vloedvat dicht wordt geklemd. Leg zo nodig extra gaasjes of watten op de wond en oefen meer druk uit. Op plaatsen waar de huid ruim is (lippen, wangen, nekvel) kunt u de wondrand onder een steriel gaasje krachtig samendrukken in uw vuist.
  • Leg, wanneer het bloeden is gestopt, een dikke pluk watten op de gaasjes of de doek. Verbind de wond met een strak verband. Blijf druk uitoefenen.
  • Breng het dier zo snel mogelijk naar de dierenarts.
Hevige bloedingen aan de poot of staart kunt u stelpen door met een vinger druk uit te oefenen op een van de zogeheten ‘drukpunten’ Dit zijn plaatsen waar de bloedvaten dicht onder de huid lopen en gemakkelijk zijn dicht te drukken. Als het niet lukt om zo een slagaderlijke bloeding te stelpen, kunt u als uiterste redmiddel een tourniquet aanleggen. Een tourniquet mag echter nooit om de hals of de kop worden aangelegd. Breng ook na het aanleggen van een tourniquet het slachtoffer zo snel mogelijk naar de dierenarts. Houdt er rekening mee dat de kat door een ernstige bloeding in een shock kan raken.

Botbreuken
Botbreuken of fracturen komen bijkatten gelukkig niet vaak voor. De grootste boosdoener is het verkeer maar ook en val van grote hoogte, een beet van een ander dier of een schotwond kan de oorzaak zijn. Het verlenen van eerste hulp bij breuken moet uiterst voorzichtig gebeuren, omdat de harde, scherpe uiteinden van het gebroken bot gemakkelijk weefsel of organen kunnen beschadigen.

We onderscheiden twee typen botbreuken. Bij gesloten breuken is de huid niet beschadigd en worden de breukvlakken dus niet blootgesteld aan de buitenlucht. Bij open breuken steken de breukvlakken door de huid heen uit de wond. Dit type breuk kan tot gevolg hebben dat het gevoelige beenmerg door bacteriën wordt geïnfecteerd. Door zo’n infectie kan het dier ziek worden en zal de genezing van het bot langzaam verlopen.\Een open breuk is natuurlijk duidelijk te constateren. In geval van een gesloten breuk ligt dat wat moeilijker. Toch zijn er enkele symptomen te noemen die kunnen wijzen op een breuk: pijn, zwelling, functieverlies van het gebroken lichaamsdeel, abnormale stand van het bot, abnormale beweeglijkheid van het gebroken lichaamsdeel en een schurend geluid tijdens beweging. Wanneer er duidelijk sprake is van een breuk kunt u best als volgt handelen:
  • Laat de kat zo mogelijk tot rust komen op de plaats van het ongeluk.
  • Wees bedacht op shockverschijnselen. Deze kunnen optreden bij hevige pijn.
  • Zorg ervoor dat de gebroken poot boven ligt.
  • Trek niet aan de poten en laat de breuk zoveel mogelijk met rust.
  • Is het onderste deel van de poot gebroken en moet u het dier over enige afstand vervoeren, leg dan een noodspalk aan. Dit kan een recht stukje hout, een stukje karton of een opgerolde krant zijn. Breng voorzichtig watten of een dikke doek om de poot aan. Breng vervolgens aan de zijkant van de poot de spalken aan, zodat de gewrichten boven en onder de breuk niet meer kunnen bewegen.
  • Bevestig de spalken met tape of verband, maar trek dit niet te strak aan. Het gaat er alleen maar om dat de poot tijdens het vervoeren gefixeerd is, dat wil zeggen niet gaat bungelen.
  • Schuif voorzichtig een deken om een plank onder de kat en til het dier op. Zorg ervoor dat hij zo recht mogelijk blijft liggen.
  • Ga direct naar een dierenarts.
In geval van een open breuk moet u ervoor zorgen dat het dier niet aan de breuk gaat likken of krabben. Leg een aantal steriele gaasjes of een schone doek over de wond, zodat er geen vuil meer in kan komen. Smeer er vooral geen zalf of jodium op, omdat de kans op infectie daardoor groter wordt. De dierenarts zal een open breuk verder moeten behandelen.

Braken
Het is heel normaal dat een kat af en toe overgeeft. Door het likken van zijn vacht krijgt een kat geregeld haren binnen, die in de maag haarballen vormen. Deze haarballen irriteren de maagwand. Als reactie hierop gaat de kat overgeven en raakt zo de haarballen kwijt. Het eten van gras kan helpen, omdat dit het braken opwekt. Er is ook een speciale haarballenpasta verkrijgbaar die helpt de haarballen te verwerken.
Wanneer een kat vaak overgeeft, is er wel iets aan de hand. Braken kan diverse oorzaken hebben, zoals te veel eten, vergiftiging, infectieziekte, wormen en stofwisselingsstoornissen. Ga zo snel mogelijk met uw kat naar een dierenarts wanneer het dier hevig braakt, bloed opgeeft, een gezwollen maag heeft en een erg zieke indruk maakt.

Als uw kat regelmatig braakt, maar verder geen zieke indruk maakt, kunt u proberen of de klachten verdwijnen wanneer u hem licht verteerbare voeding geeft. Dit kan gekookte kip met rijst zijn, of en speciale dieetvoeding. Geef de voeding over de dag verdeeld in een aantal kleine porties, bijvoorbeeld om de twee tot vier uur. Dan krijgt de maag optimaal de gelegenheid om het voedsel te verteren. Zorg daarnaast ook altijd voor voldoende vers drinkwater. Wanneer het braken helemaal over is, kunt u geleidelijk overschakelen op de normale voeding. Begin met tien procent van de dieetvoeding te vervangen door gewone voeding. De volgende dag twintig procent, en zo verder tot het menu weer voor honderd procent uit normale voeding bestaat. Wanneer de klachten niet verdwijnen, moet u contact opnemen met uw dierenarts.
Houd bij een regelmatig brakende kat goed in de gaten of het dier voldoende voeding binnenkrijgt en (vooral) binnenhoudt. Katten kunnen namelijk slecht tegen vasten. Ze kunnen een ernstige leveraandoening krijgen als zij een paar dagen niet of nauwelijks eten. Ga bij twijfel altijd naar de dierenarts.

Brandwonden
De huid van een dier is een belangrijk orgaan. Ze beschermt het lichaam tegen schadelijke invloeden van buitenaf door het geven van signalen (het is warm, er knelt iets). Ook zendt de huid signalen uit van het dier zelf, zoals bijvoorbeeld een verandering in de stand van de haren. De vacht wordt gesmeerd met geurstoffen, zweet en vetten die via de huid vrijkomen. Tot slot reguleert de huid de lichaamstemperatuur en de waterhuishouding van de kat: ze zorgt ervoor dat het lichaam niet uitdroogt in een warme omgeving. Brandwonden kunnen dus ernstige gevolgen hebben, vooral wanneer grote huiddelen zijn aangetast. In die gevallen kan de huid belangrijke functies niet meer uitoefenen.

Bij brandwonden moet altijd eerste hulp worden verleend. Het dier zal veel pijn hebben en moet zo snel mogelijk door een dierenarts worden onderzocht. Die zal moeten beoordelen of het dier nog te redden is. De mogelijkheid op genezing hangt namelijk af van de hoeveelheid huid die is verbrand. In geval van verbranding kunt u proberen het ergste te voorkomen door snel te handelen en het slachtoffer grondig af te koelen. Ga daarbij als volgt te werk:
  • Koel het verbrande lichaamsdeel zo snel mogelijk af met koud water (desnoods door het slachtoffer in een vijver of sloot te dompelen). De kou verlicht niet alleen de pijn, maar haalt ook de warmte uit de huid, zodat diepere huidlagen minder ernstig worden aangetast.
  • U kunt het afkoelen minstens tien minuten volhouden. Dep vervolgens het gebied rond de aangetaste plek voorzichtig droog, maar raak de wond niet aan, het infectiegevaar is te groot.
  • Smeer beslist geen zalf of vet op de wond.
  • Dek de brandwond af met een schone doek die gedrenkt is in een oplossing van twee theelepels zout en een liter water. Maak de doek tijdens het vervoer naar de dierenarts regelmatig nat.
  • Geef de kat (als hij nog kan slikken) met tussenpozen kleine beetjes water (het slijmvlies van keel en mond kan aangetast zijn door rook).
  • De verbrande huid kan de lichaamswarmte niet meer vasthouden, waardoor de kat kan gaan trillen van de kou. Houd hem warm met een deken.
  • Ook al lijkt het dier heel veel pijn te hebben: geef nooit op eigen houtje een pijnstiller of kalmerend middel.
Bijtwonden
Het kan gebeuren dat uw kat gebeten wordt door een ‘wild’ dier, zoals een vos of een zwerfkat of –hond. In dat geval bestaat het gevaar van besmetting met hondsdolheid. In eerste instantie kunt u de wond schoonmaken met een desinfecterend middel. Ga in elk geval zo snel mogelijk naar de dierenarts voor verdere behandeling.

Diaree
Wanneer de ontlasting van een kat zacht of waterig is, is er sprake van diaree. Dit is een symptoom van een verstoorde darmwerking. Die kan diverse oorzaken hebben, zoals infectie, wormen, het eten van bedorven voedsel, een plotselinge verandering van de soort voeding of het drinken van koemelk. Als de diaree bloederig is, of gepaard gaat met ziekteverschijnselen zoals koorts, braken en lusteloosheid, ga dan zo snel mogelijk naar de dierenarts. Heeft uw kat last van lichte diaree zonder verder ziek te zijn, dan kan een dieet van licht verteerbare voeding helpen het probleem op te lossen. Dit kan een menu zijn van gekookte kip met rijst, of een speciale dieetvoeding. Verdeel de voeding over meerdere kleine porties per dag en geef het tot de klachten over zijn. Ga dan weer langzamerhand over op de normale voeding. Dit kunt u doen door de eerste dag tien procent van de dieetvoeding te vervangen door gewone voeding. De tweede dag vervangt u twintig procent, tot het menu uiteindelijk weer bestaat uit honderd procent normale voeding. U kunt de kat beter niet laten vasten. Zoals gezegd lopen katten de kans een ernstige leveraandoening te krijgen wanneer zij een paar dagen niet of nauwelijks eten. Neem altijd contact op met uw dierenarts als de diaree niet overgaat; wacht daar beslist niet te lang mee.

Elektrische Schok
Loshangende of blootliggende kabels en snoeren kunnen een gevaar zijn voor uw huisdier. Zorg er daarom voor dat u ze buiten zijn bereik houdt. Mocht uw kat onverhoopt toch een elektrische schok krijgen, handel dan als volgt:
  • Schuif het slachtoffer uit de nabijheid van de krachtbron die de schok heeft veroorzaakt. Doe dit wel met een niet-geleidend voorwerp, zoals een bezemsteel.
  • Schakel de bewuste krachtbron uit.
  • Controleer ademhaling en hartslag van het slachtoffer. Pas, indien nodig, kunstmatige beademing of hartmassage toe.
  • Leg de kat in horizontale (liggende) positie. Breng hem zo snel mogelijk naar de dierenarts voor verdere behandeling.
Belangrijk ! Handel bij een elektrische schok nooit overhaast. Raak het slachtoffer niet aan voordat u er zeker van bent dat u zelf geen schok kunt krijgen. Zet het dier beslist niet rechtop.

Epileptische Aanval
Onder epilepsie verstaan we een plotselinge verandering in het bewustzijn van de kat,
Waarbij krampen in lichaamsdelen kunnen optreden. Dit wordt ook wel een toeval genoemd. Soms duurt een epileptische aanval echter van een halve tot een paar minuten.
De symptomen zijn: omvallen en in een afwijkende houding blijven liggen, bewusteloosheid, krampaanvallen in enkele of alle lichaamsdelen, het laten lopen van urine, kwijlen, verwijde pupillen die ongevoelig zijn voor licht en (donker)rood tot blauw verkleurend slijmvliezen.
Na een aanval is een kat moe en hijgt hij van inspanning. Het dier is suffig en ongecoördineerd. Een epileptische aanval ziet er ernstig uit en kan daardoor paniek veroorzaken bij de omstanders. Met goed uitgevoerde eerste hulp blijkt het echter meestal minder erg dan het lijkt. Blijf dus vooral rustig en ga als volgt te werk:
  • Breng de kat naar een plek waar hij zichzelf door de wilde bewegingen niet kan verwonden. Laat hem bijvoorbeeld niet bovenaan de trap liggen.
  • Probeer de stuiptrekkingen wat te verminderen door een doek of een deken over het dier heen te leggen. Dit verkleint ook de kans op verwondingen.
  • Probeer in geen geval dwanggreep toe te passen. Geef ook geen voedsel, drinken of medicijnen.
  • Pas, indien nodig, kunstmatige beademing toe. Let echter wel op uw vingers wanneer de ademhaling weer op gang komt.
  • Laat de kat bijkomen in een rustige, schemerige omgeving. Blijf minstens een half uur bij hem voor observatie.
  • Wanneer de aanvallen elkaar met korte tussenpozen opvolgen, is er sprake van een noodsituatie. Breng het dier dan zo snel mogelijk naar een dierenarts.
Gebitsproblemen
Om goed te kunnen eten is het van belang dat uw kat een gezond gebit heeft. Vooral oudere katten kunnen nogal eens last hebben van hun tanden. Meestal is de oorzaak tandsteen of ontstoken tandvlees. Tandsteen is te herkennen als een bruinige aanslag op tanden en kiezen. Ontstoken tandvlees herkent u aan de rode randjes langs tanden en kiezen. Meestal stinkt de kat uit zijn bek en eet hij moeizamer omdat het kauwen pijn doet. Wanneer het eenmaal zover is, moet de dierenarts het kattengebit schoonmaken. Dit gebeurt onder narcose, waarbij het gebit met een speciaal apparaat helemaal wordt gereinigd. Veel gebitsproblemen kunt u voorkomen door uw kat regelmatig op harde brokjes te laten kauwen.

Hitteslag
Ook een kat kan worden bevangen door hitte. Vaak gebeurt dit doordat het dier te lang wordt achtergelaten in een slecht geventileerde auto die in de zon staat. Een zonnesteek (of hitteslag) herkent u aan de volgende symptomen: een snelle, hortende ademhaling, een glazige blik en een lichaamstemperatuur van meer dan 40 graden Celcius.

Breng het dier direct naar een schaduwrijke, koele plek. Dompel het in een emmer of teil koel water, of sproei het dier af met een tuinslang. Vooral dun behaarde lichaamsdelen als buik, de oksels en de liezen moeten snel worden afgekoeld. Stop hier pas mee als de lichaamstemperatuur is gedaald tot onder de 39 graden Celcius.

Als het dier bijkomt, moet u het afdrogen en kleine beetjes water laten drinken met tussen pozen van een paar minuten. Ga zo snel mogelijk met het slachtoffer naar de dierenarts.

Huidaandoeningen
De gezondheid van een kat is af te lezen aan zijn vacht en zijn huid. Een glanzende vacht laat zien dat het dier gezond is en op een juiste manier wordt verzorgd en gevoed. Huid- en vachtproblemen kunnen meerdere oorzaken hebben. De meest bekende zijn huidparasieten, zoals vlooien en verschillende soorten allergieën. Om dergelijke problemen te voorkomen is het van belang de vacht goed te verzorgen en de kat regelmatig te controleren op vlooien en andere huidparasieten.
Een huidaandoening die vooral bij jonge katten voorkomt is jeugdschurft. Deze kwaal is te herkennen aan kale plekken, vooral rond de ogen en op de snuit. In het geval van jeugdschurft heeft de kat meestal weinig last van jeuk. Er bestaat ook een soort schurft die wel veel jeuk veroorzaakt. Hierbij krabt de kat voortdurend, waardoor hij (vaak tot bloedens toe) zijn huid kapotmaakt. De diagnose en de behandeling van schurft moet bij de dierenarts plaatsvinden.

Schimmelinfecties zijn meestal te herkennen aan schilferige, kale plekken. De kat heeft over het algemeen geen last van jeuk. Deze infecties zijn besmettelijk. Ze komen daarom het meest voor bij katten die in groepen leven. Een kat met een schimmelinfectie moet door de dierenarts behandeld worden.
Allergieën komen bij volwassen en oudere katten vaker voor dan bij kittens. De meest bekende allergie is die voor vlooienspeeksel. Daarnaast kan de kat ook allergisch zijn voor stoffen in de omgeving en voor bepaalde voedingsstoffen. Een allergie veroorzaakt bijna altijd jeuk. De kat gaat daardoor krabben en bijten, en krijgt last van huidproblemen. Laat uw kat in zo’n geval door de dierenarts onderzoeken.
Afhankelijk van de oorzaak van het huidprobleem zijn er verschillende middelen om het dier te helpen, variërend van een goede vlooienbestrijding of een speciale shampoo tot een hypoallergeen dieet. Het is belangrijk een huidprobleem in geen geval te verwaarlozen.

Insectenbeten
Een insectenbeet op een ‘verkeerde’ plaats kan een gevaar zijn voor uw kat. Wanneer hij gestoken is, moet u beslist eerste hulp verlenen. Neem het dier, indien nodig, in een dwanggreep. Wanneer het om een bijensteek gaat, kunt u de angel met een pincet verwijderen. Leg in een (thee)doek gewikkelde ijsblokjes op de plek van de beet om eventuele zwellingen tegen te gaan. In ernstige gevallen kan er hevige zwelling optreden, die vervolgens niet afneemt. Het slachtoffer kan de volgende symptomen vertonen: braken, diarree, ademnood, rusteloosheid of apathie. Ga in dat geval naar de dierenarts. Pas eventueel kunstmatige beademing toe.

Kneuzingen
Om de zwelling te beperken moet u de plaats van een kneuzing afdekken met een in koud water gedrenkte (thee)doek of in een (thee)doek gewikkelde ijsblokjes.

Krabgedrag
Katten krabben om verschillende redenen. In de eerste plaats doen ze dat om hun oude nagels te verwijderen. Daarnaast krabben ze ook als ze zich onzeker voelen. Katten kunnen zich dit overmatig krabgedrag op elke leeftijd aanwennen. Komt het voor bij jonge dieren, dan is een te vroege scheiding van de moeder veelal de oorzaak. Bij oudere katten is buitensporig krabben altijd een gevolg van onzekerheid. Deze onzekerheid wordt vaak veroorzaakt door een te groot territorium of onvoldoende controle daarover. Ook wanneer een kat te weinig ruimte (bewegingsvrijheid) heeft binnen een groep soortgenoten, kan dit leiden tot onzekerheid. Bij dierenspeciaalzaak en dierenarts zijn producten verkrijgbaar die de kat helpen zijn gevoel van veiligheid te hervinden en een eind maken aan het krabgedrag.

Nierproblemen
Nieraandoeningen komen vooral voor bij oudere katten. Wanneer de nieren niet goed meer functioneren, krijgt het dier klachten zoals vermagering, slechte eetlust, sloomheid en een doffe vacht. Hij gaat meestal veel meer drinken dan normaal, en moet daardoor aanzienlijk meer plassen. Braken en diaree kunnen ook voorkomen. Omdat het tandvlees kan gaan ontsteken, ruikt de kat soms erg uit zijn bek. De dierenarts kan door een urine- en bloedonderzoek vaststellen of er sprake is van een nieraandoening. Deze kwaal is meestal niet echt te genezen, omdat verminderde werking van de nieren een deel van het verouderingsproces is. Het verloop van de aandoening kan echter wel vertraagd worden. De klachten kunt u binnen de perken houden door het geven van een speciaal nierdieet dat uw dierenarts zal voorschrijven.

Oogproblemen
Katten kunnen, net als mensen, iets in hun oog krijgen. Vliegjes of zandkorrels die onder het ooglid of op de oogbol zitten, kunt u voorzichtig proberen te verwijderen met een wattenstaafje. Steekt er een voorwerp in de oogbol, dan moet u beslist niet proberen het er eigenhandig uit te halen. Bloedingen in de oogleden kunt u stelpen door er voorzichtig een natte doek tegenaan te drukken. Soms zit er wat wit vuil in de ooghoeken. De meeste katten zijn goed in staat dit met hun poten weg te halen, maar soms lukt dat niet helemaal. Het best kunt u voor het schoonmaken van de ogen een steriel gaasje gebruiken. Watten zijn minder geschikt, omdat ze kunnen gaan pluizen. Dep het gaasje in lauw water en veeg het vuil uit de binnenste ooghoek in de richting van de neus. Wanneer een kat veel last heeft van vieze ogen, kan er sprake zijn van een oogontsteking. De oogslijmvliezen zijn dan vaak rood gekleurd, en het dier knijpt zijn ogen pijnlijk dicht. In de meeste gevallen zal een behandeling met oogdruppels of oogzalf nodig zijn.
Niet alle katten hebben evenveel aanleg voor oogproblemen. Vooral perzen hebben nogal eens last van natte ogen. Door de bijzondere vorm van hun kop kunnen de traanbuisjes namelijk gemakkelijk verstopt raken. De dierenarts kan deze aandoening behandelen. Neem overigens ook bij andere voorkomende oogproblemen geen enkel risico: ga zo snel mogelijk met uw kat naar de dierenarts.

Oorproblemen
Katten kunnen last krijgen van een oorontsteking. Kenmerkend voor een oorontsteking is het krabben aan de oren en het schudden met de kop (door de jeuk). Vaak is het oor beschadigd door het vele krabben, is de gehoorgang vies en verspreidt het ontstoken oor een vervelende geur. Soms houdt de kat zijn kop ook scheef.
Een oorontsteking kan worden veroorzaakt door oormijt. Dit is een parasiet die lijkt op een spinnetje en zich in het oor nestelt. Met als gevolg: veel jeuk. Een oormijtinfectie is te herkennen aan zwarte korreltjes in de oorschelp. Die zien eruit als koffiedik. Meestal is het oor beschadigd door het vele krabben. Oormijten leven voornamelijk in het oor, maar kunnen ook op de rest van het lichaam voorkomen. Daarom moeten niet alleen de oren worden behandeld, maar moet er ook een middel tegen ongedierte worden gebruikt. Voor de oren bestaan druppels en zalf die de parasieten doden en de jeuk afremmen. De kat zelf moet worden gewassen of gesprayd met een middel tegen vlooien. Omdat oormijt zeer besmettelijk is, moeten alle dieren die met de besmette kat contact hebben eveneens worden behandeld.
Andere mogelijke oorproblemen zijn een grasaar in de gehoorgang, die daar een ontsteking kan veroorzaken, en het zogenoemde bloedoor. In de oorschelp is dan een adertje geknapt, waardoor het bloed zich ophoopt onder de huid. Behandel een bloedoor met ijs en koel het tien tot vijftien minuten af. Door de kou krimpt het bloedvat, waardoor het bloedverlies stopt en de zwelling afneemt. Zit er een voorwerp in het oor dat met het blote oog zichtbaar is, probeer het dan voorzichtig met een pincet te verwijderen. Wanneer u vermoedt dat er iets in de gehoorgang zit dat u niet kunt zien, ga dan niet zelf peuteren, maar laat het aan de dierenarts over het eventuele voorwerp te verwijderen. Ga nooit met een scherp voorwerp in de gehoorgang. Probeer die ook niet schoon te maken met een wattenstaafje: I loopt kans het vuil er alleen maar dieper in te duwen.

Schaafwonden
Een kat kan op verschillende manier gewond raken. Er zijn dus ook meerdere soorten wonden die van elkaar in ernst verschillen. Grofweg zijn ze te verdelen in eenvoudige wonden, waarbij alleen de opperhuid is beschadigd en gecompliceerde wonden, waarbij ook diepere lagen zoals pezen, bloedvaten en zenuwen zijn aangetast. Natuurlijk dienen beide groepen op eigen wijze te worden behandeld.

Kleine schaaf-, snij en steekwonden
  • Neem het slachtoffer in een dwanggreep. Het zal hoogstwaarschijnlijk tegenspartelen.
  • Was uw handen grondig en maak zoveel mogelijk gebruik van steriel materiaal uit een EHBO-kit.
  • Verwijder eventuele haren uit de wond: maak ze nat met schoon water, strijk ze uit de wond en knip ze vlak boven de huid af. Onderzoek hoe diep de wond is.
  • Spoel de wond schoon met een mild ontsmettingsmiddel, opgelost in schoon water. U kunt ook twee theelepels zout oplossen in een liter leidingwater.
  • Probeer kleine, diepe steekwonden open te masseren.
  • Was de huid rond de wond met desinfecterende shampoo. Dek de wond af met een steriel gaasje, zodat er geen schuim inkomt. Spoel na met veel schoon water.
  • Vooral bij schaafwonden kan er (veel) vuil in de huid zitten. Haal dat weg met een wattenstaafje of de punt van een schone doek. Wees hierbij wel voorzichtig.
  • Dep de wond droog met een schone, niet pluizige doek.
  • Smeer ontsmettende zalf op de wond en verbind deze.
  • Verwissel het verband elke dag en wees alert op eventuele wondinfecties.
  • Als zich een korst heeft gevormd, moet u voorkomen dat de kat die eraf haalt. Hou de wondranden soepel met vaseline of levertraan.
Grote snij- of scheurwonden, verdwenen huiddelen
  • In deze gevallen moet de eerste hulp erop gericht zijn het slachtoffer zo snel mogelijk bij de dierenarts te krijgen, en te voorkomen dat de toestand verergert.
  • De kat kan veel pijn hebben. Pas zo nodig een dwanggreep toe.
  • Verwijder grote voorwerpen zoals splinters, stenen of takjes uit de wond. Laat voorwerpen die diep in de huid zijn gedrongen zitten. Wanneer ze ver uit de wond steken, moet u ze tot op de wond afsnijden.
  • Maak een schone doek nat in een oplossing van twee theelepels zout in een liter water. Leg de natte doek op de wond en zet hem vast met tape of verbandkrammetjes.
  • Houd de doek goed nat met de zoutoplossing tijdens het transport naar de dierenarts.
  • Voorkom dat het dier aan de wond gaat bijten of likken.
  • Een grote snijwond moet binnen zes uur door de dierenarts worden gehecht. De genezing zal dan sneller verlopen.
Een kat kan ook verwondingen hebben opgelopen waarbij de huid nog intact is. Een voorbeeld hiervan is de kneuzing of bloeduitstorting. Die kunt u behandelen door er ijsklontjes op te leggen die u in een theedoek heeft gewikkeld. Er kan ook sprake zijn van ernstige, inwendig letsel. Dit uit zich door het bleek wegtrekken van de slijmvliezen en/of bloederige slijmafscheiding uit de neus. In geval van inwendig letsel mag u het dier niet verplaatsen en niet te drinken geven: laat direct een dierenarts komen.

Shock
Een shock is eigenlijk geen aandoening op zich, maar kan een gevolg zijn van ernstig letsel dat gepaard gaat met hevig bloedverlies, heftige schrik en pijn. Ook stress bij een gewond dier dat aan behandeling probeert te ontsnappen, kan gemakkelijk tot shock leiden. Het voorkomen van shock is eigenlijk nog belangrijker dan het behandelen ervan. Bij een shock wordt er onvoldoende bloed door het lichaam gepompt. Wanneer dit lang duurt, krijgen weefsels en organen te weinig zuurstof. Hoerdoor kunnen ze afsterven. Wanneer de hersenen onvoldoende zuurstof krijgen, zal het dier bewusteloos raken.

Wanneer de volgende verschijnselen zich voordoen, moet u onmiddellijk eerste hulp verlenen. Snelheid van handelen kan voorkomen dat het dier daadwerkelijk in shock raakt! In die gevallen waarin een gerede kans op shock bestaat, moet u als volgt te werk gaan: maak de ademhalingswegen vrij door de tong iets uit de bek te halen. Controleer wel eerst of er eventuele voorwerpen in de keel of de bek zitten. Pas zo nodig kunstmatige beademing en/of hartmassage toe en stelp eventuele bloedingen. Een dier met zeer hoge koorts of hitteslag moet afgekoeld worden met koude, natte lappen op de kop en in de nek. Breng het dier in een rustige, schemerige omgeving. Zorg ervoor dat de kop iets lager ligt dan de rest van het lichaam. Houd het dier goed warm met een deken en eventueel een warme kruik (maximaal 45 graden Celcius). Als het dier kan drinken, geef het dan kleine hoeveelheden water. Geef het echter nooit te drinken wanneer het vermoeden bestaat dat er inwendig letsel is. Breng het dier zo snel mogelijk naar de dierenarts. Die zal een infuus aanleggen om de bloeddruk weer op peil te brengen.

Oorzaken van shock
  • Hartstilstand.
  • Hevige bloeding.
  • Uitdroging.
  • Hevige schrik.
  • Hevige pijn.
  • Allergie.
  • Hersentrauma.
  • Ernstige verbranding.
  • Zware stress.
  • Kwaadaardige tumor.
  • Bloedinfectie.
  • Zonnesteek.
  • Hoge koorts.
  • Langdurig braken/diaree.
Symptomen van shock
  • Zwakke, onregelmatige hartslag.
  • Gejaagde, oppervlakkige ademhaling.
  • Koude oren en poten.
  • Bleke huid (buik en liezen) en bleke slijmvliezen (mond, ogen en oren).
  • Sufheid en angst.
Sproeien
Sproeien behoort tot het natuurlijke gedrag van katten. De kat staat met de staart trillend omhoog en maakt trappelende bewegingen. Hij spuit een klein straaltje sterk ruikende urine tegen een verticaal oppervlak (bijvoorbeeld de hoek van de bank).
Het sproeien kan er op wijzen dat uw kat zich niet veilig voelt. De urine van een kat bevat geurstoffen, waarmee hij de omgeving (onder andere) kenbaar maakt dat hij niet op zijn gemak is. Katten houden namelijk niet van veranderingen. Als er iets verandert (verhuizing, wijziging in de gezinssamenstelling, een nieuwe kat bij de buren), gaan ze zich onbehaaglijk en onzeker voelen. Bij dierenspeciaalzaak en dierenarts zijn producten verkrijgbaar die de kat kan helpen zijn gevoel van veiligheid te hervinden en een eind maken aan het sproeien.

Suikerziekte
Wat is suikerziekte precies
Suikerziekte is een tekort aan insuline.
Bij de vertering in de darmen wordt voedsel afgebroken tot voor het lichaam bruikbare bouwstenen; koolhydraten worden omgezet in suikers waarvan glucose de belangrijkste is. Glucose wordt vanuit de darm in het bloed opgenomen om in de lichaamscellen als brandstof te worden gebruikt. Lichaamscellen nemen alleen glucose op als ze daartoe door het hormoon insuline zijn aangezet. Als er te weinig insuline is, blijft er teveel glucose in het bloed zitten en is er sprake van suikerziekte. Suikerziekte is dus eigenlijk een insuline tekort.

Insuline
Insuline wordt gemaakt in bepaalde cellen van de alvleesklier. Soms kunnen deze cellen onvoldoende of helemaal geen insuline vormen. Het meest wordt dit gezien bij oudere katten en gecastreerde katers. Maar ook bij jonge dieren kan het voorkomen. Bij bepaalde rassen komt suikerziekte meer dan gemiddeld voor.

Wat zijn de ziekteverschijnselen
Als er veel glucose in het bloed zit, zal de nier glucose aan de urine af gaan geven (de nierdrempel wordt overschreden). De glucose in de urine neemt extra vocht mee, waardoor dieren meer gaan plassen en als gevolg daarvan meer gaan drinken. Omdat glucose een belangrijke brandstof is die nu verloren gaat, zal de kat meer gaan eten en desondanks gewicht gaan verliezen. Verder wordt de conditie van de vacht slechter en worden de dieren trager.
De belangrijkste verschijnselen van suikerziekte zijn:
  • veel drinken
  • veel plassen
  • honger
  • vermageren
  • malaise en braken
De diagnose
De waargenomen ziekteverschijnselen wijzen wel in de richting van suikerziekte maar kunnen ook bij andere ziekten voorkomen. De definitieve diagnose wordt gesteld aan de hand van een te hoog glucose gehalte in het bloed en de urine. Bepaling in bloed is meer betrouwbaar dan bepaling in de urine.

De Behandeling

Insuline toedienen
Suikerziekte wordt veroorzaakt door een insuline tekort. Daarom moet dit tekort dagelijks, op een vast tijdstip worden aangevuld. Uw dierenarts kan u hiermee helpen. Het komt regelmatig voor, dat het dagelijks injecteren van insuline bij katten steeds moeilijker wordt, omdat de betreffende kat steeds meer gaat tegenwerken. Omdat niet bekend is hoe groot het insuline tekort precies is, moet de juiste dosering worden vastgesteld. Anders gezegd: uw dier moet worden ingesteld.

Het instellen op insuline
Aan de hand van het gewicht van uw huisdier zal de dierenarts bepalen hoeveel insuline moet worden gegeven. In het begin is het noodzakelijk, dat het suikergehalte in het bloed vastgesteld wordt door uw dierenarts. Wanneer de juiste hoeveelheid insuline is vastgesteld, zal uw huisdier snel herstellen. De gezonde conditie keert terug en het vele plassen en drinken verdwijnt. Voorlopig blijft regelmatige controle noodzakelijk, want na verloop van tijd kan de behoefte aan insuline veranderen en kan een dosering noodzakelijk.

Zelfcontrole
Steeds meer katten eigenaren gaan zelf m.b.v. zelfcontrole het suikergehalte in het bloed bij hun huisdier bepalen. Hiervoor zijn diverse eenvoudige apparaatjes beschikbaar. Deze zijn verkrijgbaar bij de apotheek. De apparaatjes zijn origineel gemaakt voor mensen maar hebben bij gebruikt bij dieren een verwaarloosbaar kleine afwijking in de uitlezing. Bij honden wordt voor de zelfcontrole geprikt.

Tandproblemen
Om goed te kunnen eten is het van belang dat uw kat een gezond gebit heeft. Vooral oudere katten kunnen nogal eens last hebben van hun tanden. Meestal is de oorzaak tandsteen of ontstoken tandvlees. Tandsteen is te herkennen als een bruinige aanslag op tanden en kiezen. Ontstoken tandvlees herkent u aan de rode randjes langs tanden en kiezen. Meestal stinkt de kat uit zijn bek en eet hij moeizamer omdat het kauwen pijn doet. Wanneer het eenmaal zover is, moet de dierenarts het kattengebit schoonmaken. Dit gebeurt onder narcose, waarbij het gebit met een speciaal apparaat helemaal wordt gereinigd. Veel gebitsproblemen kunt u voorkomen door uw kat regelmatig op harde brokjes te laten kauwen.

Teken
Wanneer uw kat last heeft van teken, kan dit tot vervelende problemen leiden: teken kunnen gevaarlijke ziekten overbrengen. Daarom is het heel belangrijk een teek te verwijderen zodra u hem heeft ontdekt. Dit kan eenvoudig met een tekenpincet, verkrijgbaar bij de dierenarts en dierenspeciaalzaak. Pak hiermee de teek dicht bij de huid van de kat vast, en draai hem er voorzichtig uit. Als u geen pincet bij de hand heeft, kunt u de teek ook tussen uw vingers pakken en vervolgens met een draaiende beweging uit de huid trekken. De plaats waar de teek zat kunt u het best met jodium ontsmetten om een eventuele ontsteking te voorkomen. Het vooraf behandelen van de teek met alcohol, ether of olie wordt afgeraden. De kans bestaat dat de teek als schrikreactie zijn giftige maaginhoud in de kat loost. Ook lijkt het de kans op ontstekingen te vergroten.

Toeval
Toeval, of te wel Epileptische aanval. Onder epilepsie verstaan we een plotselinge verandering in het bewustzijn van de kat. Waarbij krampen in lichaamsdelen kunnen optreden. Dit wordt ook wel een toeval genoemd. Soms duurt een epileptische aanval echter van een halve tot een paar minuten.
De symptomen zijn: omvallen en in een afwijkende houding blijven liggen, bewusteloosheid, krampaanvallen in enkele of alle lichaamsdelen, het laten lopen van urine, kwijlen, verwijde pupillen die ongevoelig zijn voor licht en (donker)rood tot blauw verkleurend slijmvliezen.
Na een aanval is een kat moe en hijgt hij van inspanning. Het dier is suffig en ongecoördineerd. Een epileptische aanval ziet er ernstig uit en kan daardoor paniek veroorzaken bij de omstanders. Met goed uitgevoerde eerste hulp blijkt het echter meestal minder erg dan het lijkt. Blijf dus vooral rustig en ga als volgt te werk:
  • Breng de kat naar een plek waar hij zichzelf door de wilde bewegingen niet kan verwonden. Laat hem bijvoorbeeld niet bovenaan de trap liggen.
  • Probeer de stuiptrekkingen wat te verminderen door een doek of een deken over het dier heen te leggen. Dit verkleint ook de kans op verwondingen.
  • Probeer in geen geval dwanggreep toe te passen. Geef ook geen voedsel, drinken of medicijnen.
  • Pas, indien nodig, kunstmatige beademing toe. Let echter wel op uw vingers wanneer de ademhaling weer op gang komt.
  • Laat de kat bijkomen in een rustige, schemerige omgeving. Blijf minstens een half uur bij hem voor observatie.
Wanneer de aanvallen elkaar met korte tussenpozen opvolgen, is er sprake van een noodsituatie. Breng het dier dan zo snel mogelijk naar een dierenarts.

Verdrinking
Katten zijn niet dol op zwemmen. Als het nodig is, kunnen ze het echter wel. Desondanks kan het soms toch misgaan als een kat te water raakt. Wanneer u een kat in het water ziet, breng hem dan snel op het droge. Als hij ademhalingsproblemen heeft of erg zwak is, heeft hij hulp nodig. Open de bek, controleer of er vreemde voorwerpen in de keel of bek zitten, en trek de tong voorzichtig naar buiten. Pak de kat aan de achterpoten op en laat hem met de kop naar benden hangen, zodat het water uit het lichaam kan lopen. Druk daarna een paar keer op beide kanten van de borst. Zo wordt het water ui de longen geperst. Pas eventueel kunstmatige beademing toe. Is er sprake van hartstilstand, pas dan tevens hartmassage toe. Houdt het dier goed droog en warm, en breng het naar de dierenarts voor eventuele verdere behandeling.

Vergiftiging
Wanneer een dier een vergiftiging heeft opgelopen, kan zich een hele reeks verschijnselen voordoen. Vaak zijn er problemen met de ademhaling, het dier voelt koud aan, er kan bewusteloosheid optreden, maar het dier kan ook trillen en hyperactief zijn. Houd altijd rekening met een verhoogde kans op shock. Haal het gif zo snel mogelijk bij de kat weg, maar laat hem niet schrikken. Het dier mag beslist niet angstig worden en vluchten. Verwijder eventuele resten van het gif zo snel mogelijk met een doek uit de bek of van de huid. Probeer erachter te komen om welk gif het gaat. Bewaar de verpakking of neem wat van het vergif mee naar de dierenarts. Dit is van belang voor het eventueel toedienen van een tegengif. Hoe u verder moet handelen is afhankelijk van het soort vergif dat de kat heeft binnengekregen.

Wanneer uw kat iets heeft binnengekregen uit de groep van Niet-bijtende stoffen (zie hier onder), moet u hem zo snel mogelijk laten braken. U kunt het braken opwekken door een theelepeltje zout achterop zijn tong te leggen. Raap met uw hand in een plastic zakje het braaksel op en neem dit mee naar de dierenarts. Wanneer het dier bewusteloos is, leg zijn kop dan lager dan zijn lichaam. Zo kan braaksel uit de bek lopen en komt het niet in de longen terecht. Pas eventueel kunstmatige beademing toe. Wanneer het slachtoffer niet onmiddellijk naar de dierenarts gebracht kan worden, kunt u hem het beste in een deken wikkelen en in een schemerige, rustige omgeving brengen. Soms is op de verpakking van het ingenomen gif aangegeven wat er als tegengif toegediend moet worden. Als het dier goed gebraakt heeft, kunt u ook een mengsel van melk en norit geven. Het is verstandig dit te doen als het langer duurt voor u naar een dierenarts kunt gaan.

Niet-bijtende stoffen
  • Antivries.
  • Bleekmiddel (chloor).
  • Carbamaten.
  • Gif tegen ongedierte.
  • Strychnine.
  • Crimidine.
  • Lood (verf en dakdekking).
  • Insecticiden.
  • Parathion.
  • Dichloorvos.
  • Slakkengif.
Wanneer de kat een stof uit de groep van Bijtende stoffen (zie hier onder) heeft binnengekregen, mag hij beslist niet braken. Door het bijtende gif zijn de slijmvliezen van de mond, keel en slokdarm al ernstig aangetast. Wanneer het vergif nogmaals de slijmvliezen passeert, is de schade niet te overzien. Probeer de gifstoffen in het maag-darmkanaal wel te verdunnen. In geval van een base kan dat met azijn of citroensap. Heeft de kat een zuur binnengekregen, geef dan soda of melk.

Bijtende stoffen
  • Base.
  • Natronloog (veel afbijtmiddelen voor verf of behang).
  • Benzine.
  • Petroleum.
  • Verfverdunner.
  • Zuren (Accuzuur, zoutzuur).
Verkeersongeluk
Wanneer u ziet dat uw kat wordt aangereden, ren dan vooral niet hals over kop de weg op. Niemand zit in zo’n geval te wachten op nog meer verkeersslachtoffers. Waarschuw onmiddellijk een dierenarts of de dierenambulance. Zorg ervoor dat het verkeer opmerkzaam wordt gemaakt op het slachtoffer, door de plaats van het ongeluk duidelijk te markeren. Neem het slachtoffer zo nodig in de dwanggreep, kijk voorzichtig of er bloedende wonden zijn en behandel het slachtoffer voor een shock. Dek het dier toe met een deken. Laat het rustig liggen totdat professionele hulp ter plaatse is. Het is absoluut van belang het slachtoffer niet te verplaatsen, ook niet wanneer op het eerste gezicht geen bloed en wonden zichtbaar zijn. Er kan namelijk sprake zijn van inwendig letsel. Daarom moet u de kat ook niets te drinken geven voordat hij door een dierenarts is onderzocht.

Verstikking
Een kat wordt in de meeste gevallen het slachtoffer van verstikking doordat zijn riem of vlooienband ergens achter blijft haken. Wanneer dit gebeurt, is het zaak dit voorwerp zo snel mogelijk van de hals te verwijderen. Breng het dier vervolgens voorzichtig in een frisse, rustige omgeving. Pas kunstmatige beademing toe als dat nodig is en behandel het slachtoffer voor shock. Controleer of de kat wel kan slikken voordat u hem te drinken geeft, en geef alleen kleine slokjes. Breng het dier naar de dierenarts voor nadere controle en eventueel verdere behandeling.

Verstopping
Wanneer er sprake is van verstopping heeft een kat moeite met poepen. Dit kan verschillende oorzaken hebben, zoals te veel droogvoer in combinatie met te weinig drinken, haarballen of onjuiste voeding. Een verstopping herkent u aan de kleine, harde uitwerpselen van de kat. Verstopping kan gemakkelijk optreden bij langharige katten en katten die sterk verharen: zij kunnen veel last hebben van haarballen. Het is raadzaam om eenmaal per week haarballenpasta door hun eten te doen.

Voedingsallergie
Net als mensen kunnen ook katten soms last hebben van een voedingsallergie. In zo’n geval verdraagt het dier een bepaald bestandsdeel van zijn voeding niet, of kan het niet verteren. Daardoor kan de kat huidproblemen of maag- en darmklachten krijgen. De huidaandoening bevinden zich meestal op de kop en in de nek, en jeuken hevig. De kat krabt de huid op die plekken dan ook open. Maag- en darmklachten kunnen zich uiten in de vorm van braken of diaree.

Hoewel een voedingsallergie bij de kat niet zo vaak voorkomt, kan het dier in theorie voor alle bestandsdelen van de voeding allergisch zijn. Meestal gaat het echter om een eiwit uit de voeding. Het feit dat de kat allergisch is, zegt niets over de kwaliteit van de voeding. De kat kan een bepaald bestandmiddel van de bewuste voeding gewoon niet goed verdragen. Voor andere katten levert dezelfde voeding geen enkel probleem op. Om er achter te komen of de klachten inderdaad door een voedingsallergie worden veroorzaakt, zal de dierenarts de kat een aantal weken op een hypoallergeen dieet zetten. Verdwijnen de problemen, en komen ze terug nadat de kat zijn gewone voeding weer krijgt, dan is er sprake van een voedingsallergie. De kat kan dan het beste de hypoallergene dieetvoeding blijven eten. Soms wil een andere voeding ook wel eens resultaat geven, maar meestal is een speciaal dieet de enige oplossing.

Voetzoolverwonding
Wanneer uw kat moeizaam loopt of veel aan zijn poot likt, zit er misschien een splinter of ander voorwerp in zijn voetzool. Dit kunt u voorzichtig met een pincet verwijderen. Desinfecteer de plek daarna met jodium en doe er een verband om. Dit voorkomt likken aan de wond en dus infectie. In geval van heftig bloedverlies of een voorwerp dat erg in de voetzool zit, is een bezoek aan de dierenarts noodzakelijk.

Voorwerp Ingeslikt
Katten spelen graag met allerlei dingen. Het kan dus voorkomen dat het dier per ongeluk iets inslikt. Dit kunnen verschillende voorwerpen zijn, met verschillende (ernstige of minder acute) gevolgen. In het ergste geval zit het ingeslikte voorwerp vlak voor de luchtpijp. Dan kan het dier geen adem halen en is er sprake van een levensbedreigende situatie. Een voorwerp dat in de slokdarm terecht is gekomen, zal ongemak en soms veel pijn opleveren, maar de kat zal er niet direct aan doodgaan. De aanwezigheid van een voorwerp in de slokdarm openbaart zich doordat de kat veel slikt en braakneigingen heeft. Het dier zal veel kwijlen en langs zijn onderkaak wrijven. Handel in dat geval als volgt:
  • Pas een dwanggreep toe wanneer het dier zich niet wil laten helpen.
  • De kat zal meestal braken; het geven van eten of drinken verergert dit alleen maar.
  • Een voorwerp in de slokdarm is wel vervelend, maar niet levensbedreigend. Blijf dus rustig. Wanneer het voorwerp vlak voor de luchtpijp zit, is het dier wel in levensgevaar en moet u dus snel handelen.
  • Open de bek zo ver mogelijk en kijk in de keel. Als het vanwege scherpe tanden lastig is de bek goed open te houden, trek dan met een droge zakdoek de tong uit de bek. Het dier zal zijn ben niet meer dichtdoen, omdat hij anders op zijn tong bijt.
  • Wanneer het voorwerp zichtbaar is, kunt u het met een pincet of tang voorzichtig verwijderen.
  • Als dit niet lukt, leg de kat dan op zijn zij op een harde ondergrond.
  • Oefen vlak achter de laatste ribben op het bolste gedeelte van de ribbenkas plotseling druk uit door met beide handen naar beneden en naar voren te drukken. Op die manier schiet het voorwerp soms uit de keel.
  • Herhaal deze handeling een paar keer snel achter elkaar, wanneer het de eerste keer niet lukt. Blijf resultaat nog steeds uit, probeer dan het voorwerp met een vinger uit de keel te halen, terwijl iemand anders op dezelfde plek achter de ribben drukt.
  • Pas, indien nodig, kunstmatige beademing toe.
  • Is het voorwerp na enkele minuten nog niet verwijderd, ga dan zo snel mogelijk naar de dierenarts. Ook wanneer u het voorwerp wel hebt kunnen verwijderen is het verstandig om de dierenarts het dier te laten onderzoeken op mogelijke complicaties zoals beschadiging van keel of slokdarm.
Het kan ook voorkomen dat de kat een scherp voorwerp heeft ingeslikt, zoals een speld of een visgraat. Die zullen meestal vast blijven zitten in het slijmvlies van de bek. In dat geval zal de kat veel met een poot langs de bek strijken, overvloedig speekselen (soms met bloed) of kokhalzen. De ene kat gaat rustig in een hoekje zitten, de andere rent als een dolle door het huis.

  • Probeer goed in de bek van de kat te kijken. Pas zo nodig een dwanggreep toe.
  • Als het scherpe voorwerp is gelokaliseerd, kunt u het voorzichtig proberen te verwijderen. Zit het erg vast, laat het dan zitten.
  • Veeg voorzichtig het slijm uit de mondholte en ga zo snel mogelijk naar de dierenarts.
  • Houd onderweg de poten van het dier goed vast, zodat het zichzelf niet (erger) kan verwonden door steeds langs zijn bek te strijken.
  • De dierenarts zal het voorwerp (onder verdoving) verwijderen. Daarna zal de kat een tijdje niet zo goed kunnen eten en een aangepast dieet moeten volgen.

Wonden
Een kat kan op verschillende manier gewond raken. Er zijn dus ook meerdere soorten wonden die van elkaar in ernst verschillen. Grofweg zijn ze te verdelen in eenvoudige wonden, waarbij alleen de opperhuid is beschadigd en gecompliceerde wonden, waarbij ook diepere lagen zoals pezen, bloedvaten en zenuwen zijn aangetast. Natuurlijk dienen beide groepen op eigen wijze te worden behandeld.

Kleine schaaf-, snij en steekwonden
  • Neem het slachtoffer in een dwanggreep. Het zal hoogstwaarschijnlijk tegenspartelen.
  • Was uw handen grondig en maak zoveel mogelijk gebruik van steriel materiaal uit een EHBO-kit.
  • Verwijder eventuele haren uit de wond: maak ze nat met schoon water, strijk ze uit de wond en knip ze vlak boven de huid af. Onderzoek hoe diep de wond is.
  • Spoel de wond schoon met een mild ontsmettingsmiddel, opgelost in schoon water. U kunt ook twee theelepels zout oplossen in een liter leidingwater.
  • Probeer kleine, diepe steekwonden open te masseren.
  • Was de huid rond de wond met desinfecterende shampoo. Dek de wond af met een steriel gaasje, zodat er geen schuim inkomt. Spoel na met veel schoon water.
  • Vooral bij schaafwonden kan er (veel) vuil in de huid zitten. Haal dat weg met een wattenstaafje of de punt van een schone doek. Wees hierbij wel voorzichtig.
  • Dep de wond droog met een schone, niet pluizige doek.
  • Smeer ontsmettende zalf op de wond en verbind deze.
  • Verwissel het verband elke dag en wees alert op eventuele wondinfecties.
  • Als zich een korst heeft gevormd, moet u voorkomen dat de kat die eraf haalt. Hou de wondranden soepel met vaseline of levertraan.
Grote snij- of scheurwonden, verdwenen huiddelen
  • In deze gevallen moet de eerste hulp erop gericht zijn het slachtoffer zo snel mogelijk bij de dierenarts te krijgen, en te voorkomen dat de toestand verergert.
  • De kat kan veel pijn hebben. Pas zo nodig een dwanggreep toe.
  • Verwijder grote voorwerpen zoals splinters, stenen of takjes uit de wond. Laat voorwerpen die diep in de huid zijn gedrongen zitten. Wanneer ze ver uit de wond steken, moet u ze tot op de wond afsnijden.
  • Maak een schone doek nat in een oplossing van twee theelepels zout in een liter water. Leg de natte doek op de wond en zet hem vast met tape of verbandkrammetjes.
  • Houd de doek goed nat met de zoutoplossing tijdens het transport naar de dierenarts.
  • Voorkom dat het dier aan de wond gaat bijten of likken.
  • Een grote snijwond moet binnen zes uur door de dierenarts worden gehecht. De genezing zal dan sneller verlopen.
Een kat kan ook verwondingen hebben opgelopen waarbij de huid nog intact is. Een voorbeeld hiervan is de kneuzing of bloeduitstorting. Die kunt u behandelen door er ijsklontjes op te leggen die u in een theedoek heeft gewikkeld. Er kan ook sprake zijn van ernstige, inwendig letsel. Dit uit zich door het bleek wegtrekken van de slijmvliezen en/of bloederige slijmafscheiding uit de neus. In geval van inwendig letsel mag u het dier niet verplaatsen en niet te drinken geven: laat direct een dierenarts komen.

Zonnesteek
Ook een kat kan worden bevangen door hitte. Vaak gebeurt dit doordat het dier te lang wordt achtergelaten in een slecht geventileerde auto die in de zon staat. Een zonnesteek (of hitteslag) herkent u aan de volgende symptomen: een snelle, hortende ademhaling, een glazige blik en een lichaamstemperatuur van meer dan 40 graden Celcius.

Breng het dier direct naar een schaduwrijke, koele plek. Dompel het in een emmer of teil koel water, of sproei het dier af met een tuinslang. Vooral dun behaarde lichaamsdelen als buik, de oksels en de liezen moeten snel worden afgekoeld. Stop hier pas mee als de lichaamstemperatuur is gedaald tot onder de 39 graden Celcius.

Als het dier bijkomt, moet u het afdrogen en kleine beetjes water laten drinken met tussen pozen van een paar minuten. Ga zo snel mogelijk met het slachtoffer naar de dierenarts.